Het nut van emoties

In de loop van de geschiedenis is over het nut van emoties diverse denkbeelden ontstaan, welke grofweg in twee categorieën in te delen zijn. Enerzijds zijn er de filosofen zoals Plato en Descartes die geloven dat emoties nergens goed voor zijn en een bedreiging vormen voor de rede. Anderzijds stellen filosofen als Nietzche en Hume dat emoties een belangrijke bron zijn van motivatie, daadkracht en energie. Darwin is de eerste die in deze opperde dat emoties nuttig zijn voor het overleven. Een bekend voorbeeld is die van angst. Je ziet bijvoorbeeld een slang, wordt bang en rent weg. Dit idee is later verder uitgewerkt in de beroemde emotietheorie van de psycholoog Frijda die veronderstelt dat emoties aanzetten tot actie en helpen bij het aanpassen aan veranderende (sociale) omstandigheden. Een andere stroming is die volgens de neuroloog Damasio. Hij geeft aan dat emoties onmisbaar zijn bij het maken van beslissingen omdat we zonder emotionele reacties ook geen voorkeur kunnen ontwikkelen voor bepaalde keuzes.

In de theorieën van Frijda en Damasio staat de individuele functie van emoties centraal. Een tegenhanger hiervan is een recente derde stroming die het nut van emoties zoekt in hun sociale functies. Deze stroming gaat er vanuit dat emoties niet alleen gevoeld worden maar ook geuit. Dit betekent dus dat anderen kennis kunnen nemen van onze emoties en hierdoor kunnen worden beïnvloed. Want waarom zijn emoties anders zichtbaar in onze gelaatsuitdrukkingen? Waarom zijn ze hoorbaar in onze stem? Waarom delen we ze met onze naasten?

Gerben van Kleef, bijzonder hoogleraar sociaal- en organisatiepsychologische aspecten van prosociaal gedrag aan de Universiteit van Amsterdam, beargumenteert in zijn onderzoek dat emotionele expressies een onmisbaar onderdeel vormen van sociale interacties. Hij zegt:

“Zonder emoties weten we niet wat anderen beweegt, wat zij van ons verwachten en hoe wij daarop moeten inspelen. Door middel van emoties communiceren we met onze sociale omgeving en beïnvloeden we mensen om ons heen.”

In diverse studies die Van Kleef heeft verricht naar de sociale effecten van emotionele expressies is aangetoond dat emoties bij een ander bij onszelf een emotionele reactie losmaakt en ons gedrag beïnvloedt. Emoties zijn dus aanstekelijk. Iemand die blijdschap toont wekt sympathie op. Iemand die nors rondloopt, zal weinig vrienden maken. Dergelijke emoties kunnen ook doorwerken in ons gedrag. Blijdschap van een ander, maakt ons zelf blij en daarmee is ons gedrag ook welwillend en toegankelijker. Emoties van anderen verschaffen ons ook informatie over hoe men naar ons of naar een bepaalde situatie kijkt. Deze informatie gebruiken wij weer om ons gedrag af te stemmen. Als we boos zijn is dat vaak een uiting van iets loopt niet lekker of een belangrijk doel wordt gefrustreerd en dat we hiervoor een ander verantwoordelijk houden. Logische gevolgtrekking is dat we dan verwachten (als de boosheid op de ander is gericht) dat de ander zijn gedrag aanpast. Elke bepaalde emotie verschaft ons dus nuttige informatie. Het verdriet van een vriendin signaleert dat zij steun nodig heeft na het overlijden van haar moeder.

Emotionele beïnvloeding kan dus verlopen via een emotionele reactie of een bewuste gevolgtrekking. Maar wat maakt nu dat welk proces de overhand heeft? Van belang is enerzijds de mate van informatieverwerking door degene die de emotie waarneemt. Hoe grondiger de informatie wordt verwerkt, hoe sterker de invloed van de bewuste gevolgtrekking. Hoe oppervlakkig de informatieverwerking, hoe sterker de affectieve reactie. Anderzijds is de waargenomen gepastheid van de emotie in het licht van de situatie van belang.
Kortom mensen kunnen dus beredeneerd of emotioneel reageren op de emoties van anderen. De kans dat je beredeneerd reageert, is groter naarmate je hierover diep nadenkt en de emotie als gepast beschouwt. Stel je komt door omstandigheden te laat op een afspraak met een collega. Je collega is boos dat jij te laat bent en laat zijn irritatie duidelijk merken. In dit geval is de logische conclusie dat de boosheid van je collega terecht is en dat jij in het vervolg op tijd komt. De kans dat je afgaat op je onderbuik gevoel, is groter naarmate je minder diep nadenkt en de emotie als ongepast beschouwt. In dit geval raak jezelf ook geïrriteerd door de boosheid van je collega met als gevolg dat je je onbuigzaam opstelt. Immers dat je te laat kwam lag niet aan jou maar aan het openbaar vervoer.
Emoties van anderen hebben dus wel degelijk invloed op onze gevoelens, onze gedachten en ons gedrag. Omgekeerd geldt ook dat wij anderen voortdurend beïnvloeden met onze emoties, zowel privé als op het werk.

Bron: Van Kleef, G.A. (2012). Emotie is invloed. De Psycholoog, april 2013, 48-57.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.